Interview Anja met het weekblad Margriet

Weekblad MargrietInterview over kinderloos zijn

Anja  lijdt aan de ziekte van Von Recklinghausen en zit in de WAO. Ze is getrouwd met Eric.

“Als kind was ik al anders. Zo rond mijn veertiende stopte ik met groeien, ik had veel last van hoofdpijn en kon niet zo goed mee komen op school. Ik was niet dom, maar als ik me moest concentreren op teveel vakken, lukte dat niet.”

Anja, "Blije boekenwurm"
Anja, “Blije boekenwurm”

Op mijn zestiende kreeg ik last van mijn linkeroog. Ik ging naar de dokter, naar de oogarts, maar ze konden niks vinden. Uiteindelijk kwam ik terecht in het ziekenhuis, waar na veel onderzoeken bleek dat ik leed aan type 1 van de ziekte van Von Recklinghausen, ook wel Neurofibromatose genoemd. Neurofibromen zijn goedaardige gezwellen aan de zenuwen, die zich op en onder de huid kunnen manifesteren. De diagnose van deze ziekte maakte voor mij een hoop duidelijk. Dáárom had ik dus vaak hoofdpijn en duizelingen, dáárom was ik zo klein gebleven en dáárom had ik dus last van dat linkeroog. Ook verklaarde het de lichtbruine verkleuringen op mijn huid.

Al vrij snel nadat ik wist van mijn ziekte ontmoette ik Eric, in de kroeg. Vanaf het begin verliep onze relatie in een sneltreinvaart. Een half jaar nadat ik hem leerde kennen, moest ik bijvoorbeeld al bestraald worden aan een oogzenuw om de groei van de neurofibroom stop te zetten. Dan groei je als stel snel dicht naar elkaar toe.

Al gauw hadden we het ook over kinderen. Mensen die lijden aan type 1 van de Ziekte van Von Recklinghausen hebben vijftig procent kans deze ziekte door te geven aan hun kinderen. Destijds kon je nog niet in je zwangerschap laten onderzoeken of het ongeboren kindje ook daadwerkelijk de ziekte met zich mee droeg. Na veel nadenken en praten hebben Eric en ik besloten dat we nooit aan kinderen zouden beginnen, al wilden we eigenlijk nog zo graag een gezin. We waren toen 23 en 25 jaar. Het was een moeilijke beslissing, maar voor ons de enige juiste. In sommige gevallen erft het kind de ziekte in ergere mate. Omdat we allebei goed wisten wat de ziekte met mij deed, wilden we niet dat ons kindje hetzelfde zou moeten meemaken.

Tegenwoordig is de maatschappij best hard: je moet hard werken, er goed uitzien. Ik was klein, had er altijd anders uit gezien dan andere meisjes, en was hierdoor erg onzeker was geweest. Dat wilde ik niet voor mijn kind. Daarbij kwam: ik was net bestraald, heel snel moe, had veel hoofdpijn, inmiddels was ik toen blind aan een oog… Een kind had ik fysiek niet eens aangekund. Dan waren er andere dingen onder gaan lijden, onze relatie bijvoorbeeld, en dat wilden we niet.

Anja: ‘Ik heb me heel lang schuldig gevoeld want door mijn ziekte krijgen wij geen kinderen.’

Natuurlijk vond ik het erg dat er geen kinderen zouden komen, maar omdat ik de ziekte heb, denk ik dat ik het eerder heb kunnen accepteren dan Eric. Hij heeft er moeite mee om een kind vast te pakken. Als er dan weer eens over baby’s en kinderen werd gepraat, was dat soms echt zwaar voor hem. Op kraamvisite gaan, was en ís ook confronterend. Nog steeds heeft hij veel moeite om een kind vast te houden. Liever bewaart hij afstand om zich te beschermen tegen het gemis.

Onze omgeving reageerde wisselend op ons besluit. Mijn moeder vond het erg voor me, dat merkte ik aan kleine dingen. Dat ze ons bijvoorbeeld wat extra’s toestopte, wat ze anders bij de kleinkinderen zou hebben gedaan. Maar er echt over praten, deden we niet. Zo is zij nu eenmaal; over dat soort dingen praat ze niet. Met Eric’s moeder hebben we het er wel veel over gehad. Zij vond het heel erg dat ze geen kleinkinderen zou krijgen en heeft wel eens verteld dat ze langs een kleuterschool ging lopen, om toch onder de kleine kinderen te zijn. Ja, zij heeft er wel verdriet van gehad.

Ik heb me heel lang schuldig gevoeld ten opzichte van Eric. Want het kwam door mij, dat wij geen kinderen zouden krijgen. Gelukkig heeft Eric altijd gezegd: “Maar we hebben het samen besloten.” En dat is ook zo.

Allebei wilden we dat onze beslissing niet ons leven zou gaan beheersen, zoals je dat wel eens ziet bij andere stellen. Het leven gaat door. De leegte vulden we op door nichtjes logeren te vragen en Eric organiseerde activiteiten voor een jongerengroep van het jeugd Rode Kruis.

Anja: ‘Als ik op een verjaardag ouders met kinderen in de weer zie, vind ik dat nog steeds moeilijk.’

Het kinderloos zijn heeft een plek in ons leven gekregen, maar ondanks dat is het toch nog steeds wel eens moeilijk. Als ik ons kleine buurjongetje tegenkom bijvoorbeeld, dan doet dat wel even zeer. En als ik op een verjaardag ben, waar ik ouders met kinderen in de weer zie, denk ik ook: hadden wij dat ook maar gehad. Nu krijgen onze nichtjes ook weer allemaal kinderen en dat is best confronterend. Daardoor leeft het weer zo sterk. Maar gelukkig kunnen Eric en ik er goed over praten. Het feit dat we geen kinderen hebben, heeft ons zeker dichter bij elkaar gebracht. Wij moeten het altijd samen redden, waar anderen zich achter de kinderen kunnen verschuilen. Maar gelukkig hebben we het heerlijk samen.”

Tekst: Charlotte Latten
Foto: Bas van Wersch
Eerder verschenen in het weekblad Margriet

We zijn benieuwd wat jij ervan vindt, geef een reactie