Engel zonder Vleugels, Martyn van Beek

Engel zonder vleugelsIn de naam der Koning mag ik mijn kind niet zien.
Er zijn bepaalde rechten, die je in het leven vanzelfsprekend beschouwt. Daar ga je pas aan over nadenken. Als die je ontnomen worden. Het belangrijkste recht dat ik kan bedenken, is het recht om je eigen kind op te voeden naar de normen en waarden van jou en je partner.
Helaas is dit recht niet voor Rob en Janneke weggelegd. Dit recht wordt de ouders ontnomen. “Engel zonder Vleugels, Martyn van Beek” verder lezen

Het spel, Lineke Breukel

Het spel Ras Mus heeft net een nieuwe bestseller geschreven. Toeval of niet, maar er wordt kort daarna een aanslag op hem gepleegd. Gelukkig gaat hij niet dood maar hij moet wel verhuizen. Ras voelt zich niet veilig in zijn eigen huis. Hij gaat tijdelijk bij zijn dochter Annelie wonen,. Vader en dochter hebben een hechte band. Ras wil zijn dochter ook niet in gevaar brengen. 

“Het spel, Lineke Breukel” verder lezen

Schaduw van de nacht, Tess Gerritsen

Schaduw van de nachtNog steeds droom ik over Brodie’s Watch, en het is altijd de-zelfde nachtmerrie. Ik sta op het grind van de oprit en het huis  doemt voor mij op als een stuurloos spookschip in de mist. Om mijn voeten kringelen en kronkelen mistflarden die mijn huid met een laagje rijp bedekken. Ik hoor golven aan komen rollen vanuit zee en tegen de rotsen beuken, en hoog boven mij waar-schuwen zeemeeuwen me krijsend ver, heel ver uit de buurt te blijven. Ik weet dat achter die voordeur de Dood wacht, maar ik wijk niet, want het huis roept me. Misschien zal het me altijd blijven lokken, met zijn sirenenlied dat me dwingt om weer de treden naar de veranda op te gaan, waar de schommelstoel krakend heen en weer beweegt. Ik open de deur.
Maar wat is er achter die deur? 

“Schaduw van de nacht, Tess Gerritsen” verder lezen

Hartenbreker, Geir Tangen

Hartenbreker Alexander Hauge Gudmundsson probeerde zijn ogen open te doen, maar kreeg ze alleen maar op een kiertje. Het was zondag, de laatste dag van de voorjaarsvakantie, en de avond ervoor had hij iets te diep in het glaasje gekeken. Hij lag in een vreemd bed, onder een groot donzen dekbed dat duur aanvoelde. Als hij het indrukte, kwam het meteen weer omhoog. Alles in de kamer was wit, behalve de donkerbruine balken onder het plafond en de bruine kledingkast naast het bed. Die was vast ook niet goedkoop, dacht hij. Hij was verkleumd en het puntje van zijn neus was ijskoud, hoewel het raam dicht was. Op een beige poef onder de vensterbank lag een stapeltje keurig opgevouwen kleren. Meisjeskleren. Hij liet zijn hoofd terugzakken op het kussen. Shit! Ben ik soms met iemand naar bed geweest? “Hartenbreker, Geir Tangen” verder lezen