Kikker Cas in het ziekenhuis, Hélène Poncelet

Kikker Cas in het ziekenhuisKikker Cas voelt zich niet zo lekker. Zijn hoofd voelt warm aan. Zijn moeder stopt hem samen met zijn beertje in bed. De volgende dag is hij nog steeds ziek. De dokter vindt het beter dat Cas naar het ziekenhuis gaat . “Kikker Cas in het ziekenhuis, Hélène Poncelet” verder lezen

Zijspoor, Josha Zwaan

ZijspoorVerdriet is een sluipschutter. Net als ik denk dat het beter gaat, blijkt er een om de hoek te liggen. Scherpe pijlen raken mijn hart, doen het kleine tere vliesje dat over de diepgaande wond gegroeid is weer scheuren. Opnieuw stromen de tranen uit het gat dat ontstaat. Hoeveel korstjes moeten er nog gevormd worden. Hoe vaak zal ik ze openstoten of zelf openkrabben omdat het jeukt, schrijnt, irriteert, omdat ik dwangmatig vind dat ik het voelen moet. De pijn. Het verdriet. “Zijspoor, Josha Zwaan” verder lezen

Meisje van glas, Frank Gunning

Meisje van glasUit Meisje van glas:

Ik heb veel gezien. Veel dokters vooral, en zusters en verplegers en zieken. Veel billen en naalden. Ik heb een doek over een vrouw zien trekken, met een stripboek in mijn ene hand en een bord gelei in de andere, ik heb mijn longen zien zuchten en mijn hart zien kloppen. Mijn naam is Eva. Mensen noemen mij kleine Eva.

“Meisje van glas, Frank Gunning” verder lezen